TAG
Taak · Actie · Doel — De kleinste bruikbare structuur. Drie zinnen die het onderwerp, de bewerking en de reden scheiden.
Gebruik het voor
Snel brainstormen, losse vragen en momenten waarop het model ruimte mag hebben. De truc zit in Doel: vertellen waaróm werkt meestal beter dan vertellen hóe.
Vermijd het bij
Eindproducten met een vaste vorm. TAG zegt niets over format, publiek of toon, dus lengte en structuur wisselen per keer.
De velden
Elke letter is een vraag die de prompt moet beantwoorden.Taak
Wat is het onderwerp?
Beschrijf de situatie of het werkobject in één zin. Dit is het zelfstandig naamwoord, niet het werkwoord.
Voorbeeld: Onze teamretrospective leverde 40 losse opmerkingen op over het afgelopen kwartaal.
Actie
Welke bewerking moet erop worden uitgevoerd?
Het werkwoord. Clusteren, rangschikken, bekritiseren, vertalen, uitbreiden, inkorten.
Voorbeeld: Groepeer ze per thema en rangschik de thema’s op hoe vaak ze terugkomen.
Doel
Waar is dit voor?
Het resultaat dat je verderop nodig hebt. Dit veld maakt TAG de moeite waard — het model lost dubbelzinnigheid in jouw voordeel op.
Voorbeeld: Zodat ik de drie problemen kan kiezen die op de roadmap van volgend kwartaal horen.
Sterke punten
- Het doelveld geeft intentie mee, zodat het model verstandige keuzes maakt die je niet had voorzien.
- Bijna geen overhead — bruikbaar in een chatvenster zonder voorbereiding.
- Werkt goed als eerste ronde voordat je een uitgebreider raamwerk kiest.
Zwakke punten
- Taak en Actie overlappen in de praktijk; mensen schrijven vaak twee keer hetzelfde.
- Geen format, geen publiek, geen randvoorwaarden.
- De uitvoer wisselt per keer, dus ongeschikt voor iets herhaalbaars.
Bronnen en onderbouwing
- 1Prompting best practices — Add context to improve performanceAnthropic (Claude Platform docs)Anthropic documenteert dat uitleggen waarom een instructie belangrijk is de resultaten verbetert — het mechanisme achter het doelveld van TAG.
- 2Prompt design strategiesGoogle (Gemini API docs)Google’s richtlijn voor taakgerichte instructies.